
6
Het levenstestament, deel 2
Het is begin 2018. Paps is bijna een jaar weg en mam woont in een verpleeghuis. Broer is weer in het land en we hebben zoals gewoonlijk als hij er is, een familiegesprek. Zusje, manager van moeders bedrijf, heeft slecht nieuws: Het gaat niet goed. Volgens haar is er maar één oplossing: het bedrijf verhuren.
Wij
bespreken of het niet beter is het bedrijf te verkopen. Het is een
gunstige tijd daarvoor. Bovendien is het winkeltje bij het bedrijf
nog maar heel weinig open en Zusje klaagt al langere tijd dat ze er
geen zin meer in heeft. Ze houdt zich liever bezig met haar nieuwe
hobby: spiritisme, helderziende waarnemingen en boodschappen overbrengen uit het hiernamaals, en het 'healen' van mens en dier. Dat soort dingen.
Haar man gaat bijna met pensioen en werkt nagenoeg niet meer.
Zusje
werpt tegen dat ze het uitgebreid met de
accountant heeft
doorgenomen. Alle opties zijn besproken en verhuur is echt de beste.
"Je kunt maar één keer iets verkopen. Dat zal niet veel opbrengen, zegt ze. Maar als we
het verhuren hebben we een vast inkomen én de huurder investeert in het bedrijf. Het is een win-win situatie gezien het achterstallig onderhoud. Van dat inkomen kunnen we betere zorg voor mam betalen".
Daar heeft ze wel een
punt: we zijn niet tevreden met de zorg die mam krijgt.
Wij
hebben weinig inzage in de boekhouding, maar we gaan ervan uit dat er (gelukkig!) geen
schulden zijn. Besloten wordt dat Zusje verder zal gaan onderzoeken wat het beste
is voor het familiebedrijf.
Wel heeft ze nog een dingetje: als
het bedrijf verhuurd wordt zal zij zélf, op een paar uurtjes na,
geen werk meer hebben. En dus geen inkomen. Ze vraagt om begrip en
onze steun.
Natuurlijk! Het zijn moeilijke tijden, we laten
elkaar niet in de steek.
Broer schrijft in de notulen:
"Zusje financieel bijstaan ... heeft recht op compensatie."
Daarnaast mag ze voorlopig gratis gebruik maken van het winkelpandje,
om een inkomen voor zichzelf te realiseren. Ze wil er onder andere occulte workshops of lezingen organiseren. Het is niet bepaald onze smaak, maar ze mag het proberen. Verhuren aan derden kan altijd later nog wel. Volgend jaar zullen we het evalueren.
Dankzij moeders levenstestament zijn we gezamenlijk bevoegd het bedrijf te verhuren. Dat levenstestament blijkt zijn gewicht in goud waard. Wat een geluk dat mam dat op tijd heeft geregeld! We gaan naar notaris Zoeteman voor een 'gesubstitueerde volmacht' (ondervolmacht van mij voor Zusje), die we samen ondertekenen. Broer (de toezichthouder in het levenstestament) geeft zijn goedkeuring.
Er
volgt een spannende tijd: gesprekken en onderhandelingen met
potentiële huurders.
Er moet een dichtgetimmerd huurcontract
komen. Via de belangenvereniging van ons bedrijf kunnen we een beroep
doen op juridisch advies. Juriste Christa adviseert Zusje over de
ingewikkelde clausules in het contract en ze wijst nog op zaken waar
wij niet aan gedacht hebben. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.
Broer en ik lezen mee bij élke aanpassing van het verhuurcontract en we hebben belangrijke aanvullingen. Drie zien immers meer dan één.
Er
is een huurder gevonden.
De rechtbank bekrachtigt een speciale
clausule om huur-ellende te voorkomen. We zijn er gerust op.
Voor
onze zwager ligt er ook een mooi voorstel: hij komt parttime in
dienst van de huurder om 'beheer- en schoonmaakwerkzaamheden' te
verrichten. Daarvoor is een apart contract opgesteld. Broer en ik
bemoeien ons daar niet al te veel mee, het is immers een
(arbeids)overeenkomst tussen hem en de huurder.
De
kogel is door de kerk en iedereen is tevreden:
- een
(bescheiden) inkomen voor Zwager en Zusje;
- de huurder blij
want een familiebedrijf wordt nou eenmaal het best beheerd door de
familie zelf;
- voor de klanten een bekend gezicht bij het
bedrijf.
- het winkeltje is omgedoopt tot 'Spiritueel Centrum'.
Er staat een mooi artikel in de plaatselijke krant om dat te
promoten.
De contracten worden ondertekend door Zusje, als
gevolmachtigde van moeder en als onder-gevolmachtigde van mij. Per
januari 2019 is het bedrijf verhuurd.
Vier
maanden daarna is Broer weer in het land. We hebben zoals altijd weer
een familiegesprek. We vragen Zusje hoe het gaat met het bedrijf.
"Dat ga ik niet allemaal met jullie bespreken", zegt
ze.
Maar ehm… Zusje… we willen graag weten hoe het nu gaat,
nu het verhuurd is.
"Ik ben de manager, vertrouw me maar
gewoon. Ik doe mijn werk naar eer en geweten."
Natuurlijk
vertrouwen we haar, maar we vinden het wel vreemd dat ze zo reageert.
"Je kunt ons toch gewoon informeren?", vraagt Broer.
Nee, dat wil ze niet.
Sterker nog, ze staat op en
vertrekt. Met een brede armzwaai zegt ze: "Als jullie het per sé
willen weten gaan jullie zelf maar kijken in het kantoor. Ik heb nog
meer te doen vandaag!" Broer en ik kijken elkaar vragend aan. Wat
is dat nu opeens. Waarom antwoordt ze ons niet gewoon… ??

Over
'de accountant',
die geen
accountant was, later meer.

7
Het loonzakje en de kluis.
Het loonzakje was een bruin envelopje waarin het nettoloon aan het eind van de betaalperiode contant aan de werknemers werd uitbetaald. Met het toenemende gebruik van bank- en girorekeningen in de jaren '70 raakte deze wijze van uitbetaling geleidelijk in onbruik.
Toen ik klein was mocht ik mijn vader vaak helpen bij het tellen van kwartjes, dubbeltjes en stuivers wanneer hij, aan het einde van de week, de zakjes voor het personeel vulde. Dan zaten we samen aan de eettafel met stapeltjes bankbiljetten voor ons, en ik maakte torentjes van de rijksdaalders en guldens.
In de jaren '60 en '70 werd niet alleen het salaris uitbetaald in contanten, maar ook goederen werden met contant geld gekocht. Dit betekende dat werkgevers en winkeliers soms veel geld in huis hadden.
Vader
bewaarde contanten in een zogenaamde 'kassa-kluis', die brandveilig
werd geacht. Een grote zware metalen box met een slot erop.
Ook
gebruikte hij de kassa-kluis om waardevolle spullen in te bewaren:
eigendomspapieren, paspoorten, verzekeringspolissen, contracten,
sieraden, bankgegevens, testamenten, etc etc.
Hij liet het ons
zien: "Als mij iets overkomt, dan weten jullie waar je alles
kunt vinden." We wisten precies waar de kist stond, we wisten
ook dat er geld in zat, maar het kwam niet in ons hoofd op om die
kassa te openen.

In de
zomer van 2017 ligt vader letterlijk doodziek in bed. Hij vraagt me
of moeder voor de rest van haar leven in dat kille verpleeghuis moet
blijven. "Niet als het aan mij ligt, pap", antwoord ik hem.
Ik beloof dat ik mijn best zal doen betere zorg voor haar te
regelen.
Ook over hem en over zijn leven praten we, en we weten
allebei dat het misschien wel de laatste keer is dat we belangrijke
dingen tegen elkaar kunnen zeggen.
Hij is verschrikkelijk zwak
en moe. Als ik vertrek vraagt hij me zijn bankafschriften én een
envelop met contant geld mee naar huis te nemen, om het veilig op te
bergen. "Ik ga het toch niet meer uitgeven", zegt hij.
Een
paar dagen later spreek ik Zusje en zeg tegen haar dat ze haar ruzie
met hem bij moet leggen en afscheid moet gaan nemen, want hij heeft
niet lang meer.
"Vind je dat ook niet een beetje te veel
gevraagd!?" is haar reactie.
Ik schrik van haar hardheid, en ik
weet echt niet wat ik op zoiets moet antwoorden.
Een
week later overlijdt vader.
Broer komt over uit het buitenland.
Ik vertel hem en Zusje over de bankafschriften en de envelop met
contanten die vader mij in bewaring heeft gegeven.
Zusje vraagt
me op boze toon waarom ik die dingen heb meegenomen!?
"Omdat
hij mij dat vroeg", antwoord ik verbaasd. "Waarom ben je zo
boos?"
Ze zegt dat zij die bankboekjes nodig heeft voor de
administratie en dat het geld op de bank hoort. Ik moet het maar aan
haar geven, zij zal het wel gaan storten.
De volgende dag leg
ik de bankboekjes in het kantoor en ik overhandig haar de envelop met
geld.
We
zijn druk met het regelen van de uitvaart. Ook spreken we met elkaar
over hoe het verder moet met moeder en dat verpleeghuis. Pas na de
uitvaart hebben we tijd om over de nalatenschap te praten. Zusje
stelt voor dat zij de afwikkeling doet want, zo zegt ze, zij heeft
alle de administratie tot haar beschikking, en ook toegang tot de
bankrekeningen.
We zijn het snel eens, zij is de aangewezen
persoon om het te doen.
Enkele
weken na de uitvaart, Broer is dan alweer naar huis, e-mailt Zusje
ons dat ze zilveren tientjes heeft gevonden, en ze vraagt of wij
weten waar de sleutel van de kassa-kluis ligt, ze kan 'm niet vinden.
De
kassa-kluis met inhoud is nu natuurlijk eigendom van moeder. Maar
moeder heeft dementie en kan daar niets mee. Broer en ik hebben geen idee waar die sleutel ligt.
Ik
heb het druk met verplichtingen rondom mijn werk, en vooral met
moeder, we hebben een betere plek voor haar gevonden, maar een
verhuizing is ontzettend ingrijpend voor iemand met dementie, dus ik
ben elke dag bij haar.
We horen verder niets meer over die
sleutel en we denken er ook niet meer aan.
Zusje is immers nog
bezig met de afwikkeling, we gaan ervan uit dat we alles nog zullen
horen.
Vijf
jaar later - het is 2022 en moeder is inmiddels overleden - hebben we
al een paar rechtszittingen achter de kiezen vanwege de weigeringen
van Zusje ons inzage te geven in de administraties van vader én van
moeder.
We krijgen na heel veel pijn en moeite een
aantal bankafschriften onder ogen.
We ontdekken dat het geld
van vader nooit op zijn bankrekening is gestort.
Zusje zegt
heel stellig: Dat geld was toch van moeder!
Maar als we
eindelijk in 2024 beschikking krijgen over de relevante afschriften
zien we dat ook op moeders rekening geen storting is gedaan.
Wél
is er enkele weken na vaders overlijden geld naar het bedrijf
overgemaakt.
Door Zusje. Vanaf haar eigen bankrekening. Onder
vermelding van 'lening'.
Een bedrag dat in de administratie
komt als vordering. Van Zusje.
Waar behoorlijk veel rente over
betaald moet worden. Aan Zusje.
Door het bedrijf. Waarvan Zusje
manager is.
De enige persoon met toegang tot de administratie.
Wij
willen weten waar het geld is gebleven dat ik haar destijds heb
overhandigd.
Het lijkt erop dat het op de rekening van Zusje is
gestort. Maar Zusje weigert haar bankafschriften te tonen. Ze is
verontwaardigd en beledigd en ze ontkent alles.
Haar onschuld
zou ze simpel kunnen bewijzen door het tonen van haar bankafschriften
uit die maanden, maar ze weigert dat.
Er volgen tal van ronduit
bizarre beschuldigingen aan ons adres, waardoor de aandacht wordt
afgeleid van haar diefstal.
Bij
de rechtszitting in 2024 ontkent Zusje glashard dat ze een envelop
met geld uit mijn handen heeft ontvangen. Ze speelt het gekwetste
slachtoffer: Hoe kúnnen haar gemene broer en zus haar van zoiets
beschuldigen!
Maar ze weigert halsstarrig haar bankafschriften
te laten zien.
Stelen
heeft één groot voordeel: Gratis geld.
Het vervelende is dat
je steeds meer en vaker moet liegen... liegen... liegen...
En
wat doe je wanneer de waarheid in al zijn naaktheid voor je staat?
Wat doe je dan??
Dan ga je je verstoppen en krokodillentranen
plengen. Dan doe je álles in je macht om het bewijs te verduisteren
of vernietigen. Dan geef je je mede-erfgenamen geen inzage in de
administratie van je ouders, waar ze wettelijk wel gewoon recht op
hebben. Dan ga je ze vals beschuldigen van allerlei extreme dingen.
Als
ik dit schrijf is het inmiddels 2026. De kassa-kluis met inhoud en de
zilveren tientjes hebben wij nooit meer gezien.…
Evenals de
aanzienlijke bedragen die van vaders bankrekening zijn afgeschreven
in 2017 en 2019.
Evenals zijn
postzegelverzameling.
Evenals zijn administratie en
talloze bankafschriften.

8
Huis met garage
In 2018, een half jaar na het overlijden van vader, ondertekenen we de eigendoms-akte van het door ons geërfde huis. We hebben met elkaar afgesproken dat we rustig gaan nadenken wat we ermee kunnen en willen. Moeder woont op dit moment in een verzorgingstehuis, waar het echt niet lekker gaat. Het zou een optie zijn om haar weer thuis te laten wonen, mits we het huis bewoonbaar kunnen houden en de zorg kunnen bolwerken. Dat laatste is niet eenvoudig aangezien Broer hier niet woont en Zusje continu boos reageert op zo'n beetje alles. We blijken nogal te verschillen in onze opvattingen over wat 'goede zorg' inhoudt. Je denkt je hele leven iemand te kennen, maar als het erop aan komt sta je toch voor verrassingen.
Omdat we samen gemachtigd zijn in moeders levenstestament moeten we samen beslissingen nemen. Dat is bijna onmogelijk, niet alleen omdat we verschillen van mening, maar vooral omdat Zusje nauwelijks wil praten. Natuurlijk heb ik haar gevraagd wat er aan de hand is, maar ze kijkt me dan alleen boos aan en zegt niets. Het wordt wat dat betreft in 2019 niet beter of gemakkelijker. Ook haar ontwijkende houding als het gaat over informatie over moeders bedrijf is onbegrijpelijk en zorgelijk.
Het
huis is oud en er zijn nogal wat problemen. Sinds er niemand meer
woont gaat het nog harder achteruit. Er moet iets gebeuren, maar de
communicatie verloopt zo moeizaam dat het onmogelijk is afspraken te
maken.
Voorjaar 2019 laat Zusje weten een koper te hebben voor
het huis. Ze is ook al met hem door het pand gelopen en ze hebben een
prijs onderhandeld. Wij weten van niets, Zusje doet dat zonder
overleg.
Het is toch óns huis?! En we hadden toch
afgesproken het nog niet te verkopen? Het is heel vreemd dat deze
potentiële koper niet aan ons wordt voorgesteld, en het bod is ook
veel te laag. Broer en ik gaan niet akkoord.
Om
toch een idee te krijgen van de mogelijkheden en waarde van het huis
met garage, vragen we makelaar Hoverkraft te komen kijken.
Zusje
vond het belachelijk dat ik betrokken wilde worden bij
bezichtigingen van ons gezamenlijk bezit, maar zélf wil ze er
nu wel bij zijn als de makelaar komt.
Hoverkraft
- een gladde jongen in te puntige
schoenen - kijkt naar het pand en spreekt in raadselen. Zijn communicatie heeft een hoog nudge-nudge
wink-wink gehalte. Hij praat niet over reële mogelijkheden of
marktwaarde. Ja zeg... hij is niet gék, hij gaat pas inhoudelijk
praten als we hem betalen.
Zusje en ik verschillen de laatste
jaren vaak van mening, maar over deze Hoverkraft zijn we het snel
eens: Wat een blaaskaak! Met hem gaan we zéker niet in zee.
We
spreken af dat we bij de gemeente gaan informeren wat de
mogelijkheden zijn, qua vergunningen en dergelijke.
Maar de
communicatie met Zusje is zo tergend moeizaam. Hoe kun
je samen plannen maken zonder met elkaar te praten??
Dan
bericht Zusje dat ze een afspraak heeft met 'de
gemeente' om over eventuele vergunningen te praten. Daar
wil ik bij zijn om te voorkomen dat er weer afspraken worden gemaakt
waar Broer en ik nooit het fijne van horen. Maar behalve een datum en
tijdstip zegt ze niets. Ik vraag haar met wie de afspraak is, maar ze
reageert niet.
Als ik het gemeentehuis binnen kom is ze ijzig.
Ik vraag haar wederom met wie we een afspraak hebben. Ze kijkt me
boos aan en zegt niets. Dan komt de wethouder ruimtelijke ordening
ons halen. De afspraak is dus met de wethouder zelf. Waarom was dat zo geheimzinnig?
We
bespreken globaal de situatie.
De wethouder vraagt of moeder er
nog woont. "Nee die zit in een tehuis", zegt Zusje, "die heeft
veel te lang thuis gewoond!"
De wethouder uit nog wat sociaal
wenselijke beleefdheden, maar ik hoor het niet meer. Hoezo heeft mam
veel te lang thuis gewoond?? Dat is toch wat pap en mam allebei
wilden? En wat betekent die opmerking voor de mogelijkheden om mam
weer naar huis te halen?
De
uitkomst van het gesprek met de wethouder is dat we eerst zelf met
een plan moeten komen waarover de gemeente zich dan zal buigen. We
spreken af dat we over een half jaartje opnieuw om tafel gaan.
Maar
een plan maken met iemand die niet wil communiceren is kansloos. We
hebben eigenlijk iemand nodig die ons kan begeleiden om op één lijn
te komen.
Een jeugdvriendin van ons is makelaar. We vragen Ada
of ze ons wil adviseren over het pand. Zusje kent Ada ook al haar
hele leven en er is wederzijds vertrouwen.
Ada
komt het huis bekijken. We praten met haar over
verhuur, verkoop, verzekering, verbouw, vergunningen, enfin over van
alles.
Ada
wil eventueel ook ons pand verkopen, áls we dat alle drie willen.
En daarnaast heeft ze een gesprek met Zusje over de stroeve
communicatie.
Zusje vertelt Ada dat ze niet begrijpt waarom wij
'haar niet vertrouwen'. Ze zegt dat ze volledig transparant is
over het bedrijf en dat ze bereid is de hele administratie aan ons te
laten zien.
Ada belt ons tevreden op: Zusje bedoelt het allemaal niet kwaad en het komt allemaal wel
goed.
Broer en ik zijn verbaasd, want (non)transparantie is nou
juist precies het probleem. Maar we zijn opgelucht en nodigen Zusje
uit om eea samen met Ada op te pakken.
Ze reageert echter fel: "Ik wil
niks meer met Ada te maken hebben, die is niet te vertrouwen!"
Het
is de zoveelste rare wending. De administratie komt daardoor ook niet op tafel.
Nu
ligt alles weer stil en er is weer geen communicatie. Niet over het
huis, en niet over het bedrijf.
Enige
tijd later bereikt mij, via via, het gerucht dat vaders huis in de
stille verkoop staat bij een lokale makelaar. Dat kán natuurlijk
helemaal niet. Het huis is gezamenlijk bezit, Broer en ik weten van
niets. Maar het gerucht wordt door anderen bevestigd, hoewel
het erg vaag blijft. Bij welke makelaar is dat dan??
Ik stap op goed
geluk binnen bij een lokale makelaar en vraag de receptioniste of ons
huis misschien bij hen te koop staat?
Ze kijkt me aan alsof ik
niet helemaal goed bij mijn hoofd ben en zegt: "Dat weet u dan toch zélf
wel?" Ze kan inhoudelijk niet met me in gesprek, maar ze maakt een afspraak voor me met de makelaar zelf.
Een
paar dagen later heb ik een afspraak met makelaar Wooshy. Het klopt
dat hij in gesprek is met Zusje om ons huis te verkopen. Hij heeft
alvast zijn huiswerk gedaan: inlichtingen ingewonnen bij de gemeente, en potentiële kopers in zijn netwerk
gepolst. Hij heeft zelfs al een waardebepaling gedaan en een
verkoopverhaaltje opgeschreven.
Met stijgende verbazing hoor ik
hem aan.
Ik merk aan hem dat hij mij wel een beetje raar vindt:
"Uw zusje heeft dat allemaal al met u en uw broer besproken",
helpt hij me herinneren.
"Nou
nee… dat heeft ze niet en wij weten van niets. Ons zusje praat
eigenlijk nooit met ons."
Hij
denkt er het zijne van, maar ik krijg in ieder geval de documenten
voor zover hij die klaar heeft: de beschrijving van het pand, zijn
waardebepaling, etc.
Ik vertel het aan Broer, die ook
stomverbaasd is. De gedachte dat ons bezit te koop wordt aangeboden
terwijl hij in een ander land woont en hem niets wordt gevraagd...
het is zo bizar!
We laten makelaar Wooshy weten dat Zusje niet de
woordvoerder van de familie is en dat we niet akkoord zijn met de
opdracht.
Dan komt er opeens een aangetekende brief.
Zusje
maant ons binnen drie maanden mee te werken aan de verkoop van het
huis.
Ik laat de notaris de brief zien. Wat moeten we hier nou
mee??
De notaris vraagt verbaasd: "Jullie kunnen daar toch
gewoon met elkaar over praten. Waarom doen jullie dat niet?"
Ja...
dat is een hele goede vraag…
Het
antwoord op die vraag heb ik op dat moment niet.
In januari 2024 heb
ik het antwoord eindelijk wél. Dan krijgen we (met héél veel moeite!) bankafschriften uit 2015-2017 onder ogen.
(spoiler alert: er is zo veel gestolen en gefraudeerd door Zusje, dat ze ons niet onder ogen durft te komen, laat staan dat ze vragen wil beantwoorden)
nb: Hovercraft: een vehicle dat zich voortbeweegt door middel van opgeblazen lucht.
Makelaar Hoverkraft komt weer in actie in 2023 en 2024, dan leren we hem nóg beter kennen.

9
Mediation
Op aanraden van de notaris gaan we in mediation. We moeten met elkaar in gesprek komen, dit zwijgen is een heilloze weg. Gelukkig gaat Zusje ook akkoord en al spoedig hebben we een eerste gesprek.
Allereerst ondertekenen we een mediation-contract. Daarin staan afspraken over mediation in het algemeen; het doel van deze specifieke mediation; en de drie onderwerpen die besproken zullen worden. Het eerste gesprek is voornamelijk het in kaart brengen van de problemen.
Het
tweede gesprek loopt helemaal uit de hand. Zusje ontaardt in boosheid
over zo'n beetje alles. Ze valt zelfs uit naar de mediator vanwege
de mediation-kosten, terwijl dat allemaal in
het contract is vastgelegd en door haar is ondertekend.
Er
is weinig voortgang in het oplossen van de problemen, en zelfs met
elkaar in gesprek gaan loopt uit op een fiasco.
De
mediator concludeert dat er vooral veel vragen zijn over en weer, dus
we spreken af dat we bij het volgende gesprek elkaars vragen zullen
beantwoorden. Aan
Zusje wordt verzocht bepaalde administratie van moeders bedrijf mee te nemen.
Een
paar dagen later krijgen we bericht van de mediator dat Zusje eruit
is gestapt. Ze wil nog maar één onderwerp bespreken, en dat is de
verkoop van het huis. En ze wil dat doen middels 'privé-mediation',
zonder gezamenlijke gesprekken. Dat zij het concept 'mediation'
niet helemaal begrijpt is duidelijk.
Per
email laat ze ons weten dat de mediation 'nergens op slaat', dat de
mediator waardeloos is, en dat zij er geen geld voor heeft, gezien
haar lage inkomen. Ze heeft immers "nog maar een paar uurtjes werk".
Ze schrijft zelfs dat ze zichzelf 'overuren' zal uitbetalen voor haar mediationkosten. Dus moeders bedrijf zal voor haar kosten opdraaien. Het is te bizar voor woorden, maar zij heeft als enige toegang tot de zakelijke bankrekening, dus er is niemand om haar te stoppen.
Ondanks
het feit dat we het huis eigenlijk nog niet wilden verkopen is nu
overduidelijk geworden dat we nooit tot overeenstemming zullen komen
met Zusje. Verkoop lijkt de enige oplossing.
Via
'de straat' bereiken mij de namen van enkele geïnteresseerde project-ontwikkelaars. Met enkele van hen heb ik een
gesprek. Ze vertellen me dat ze allang met Zusje hebben gesproken en dat zij gezegd heeft dat ze er
nog op terug zal komen. Ze 'moest alles eerst met haar broer en zus
bespreken'. Maar ze bespreekt niets met ons, en ze komt er bij hen niet op terug.
Terwijl Broer en ik er helemaal
niet in betrokken werden, concluderen de project-ontwikkelaars dat wij het
pand kennelijk niet aan hen willen te verkopen, en haken ze een voor
een af.
Maar ook al ben ik nu wel met hen in gesprek, er is nog
steeds niets mogelijk, want Zusje communiceert niet. En net zoals zij het huis
niet kan verkopen zonder ons, kunnen wij het natuurlijk ook niet
zonder haar.
Er
gebeurt dus niets. Totdat we een brief van een nieuwe potentiële koper
ontvangen. Een goed en duidelijk bod, geen bullshit en geen
voorwaarden. Broer en ik proberen, tegen beter weten in, met Zusje
in gesprek te gaan.
Zusje
laat weten dat ze makelaar Wooshy heeft ingeschakeld om
haar bij te staan. Ze wil alleen via hem
communiceren.
Gelukkig
is de notaris bereid te bemiddelen.
De
bieder komt het huis bezichtigen en het bod blijft staan. Mits de
overdracht voor het einde van het jaar plaatsvindt. Na enig
beraad gaan Broer en ik akkoord met het bod.
De
notaris vraagt Zusje of ze ook akkoord is, maar ze reageert niet. De notaris neemt contact op met Wooshy, en een paar dagen later emailt hij dat ook Zusje
akkoord is.
De
overdracht wordt gepland voor oktober 2020.
We hebben nog een paar
maanden de tijd om het pand te ontruimen. Dat wordt nog een hele klus, het
staat bomvol met spullen. Broer kan niets doen vanuit het buitenland,
maar Zusje, Zwager en ik moeten dat gezamenlijk op tijd regelen.

10
De overdracht
Het is het najaar van 2020. We moeten aan de slag met het uitruimen van het huis.
Er zijn al heel veel spullen verdwenen uit de garage de afgelopen maanden. Ik weet niet waarom en weet ook niet waar die spullen zijn gebleven. Als ik dat vraag komt er geen antwoord.
Ik ga aan de slag in het huis, maar ondanks het feit dat we niet veel tijd hebben, helpt Zusje niet.
Ze zegt er niets over. Dus ik ga maar weer emailen: "Hoe zullen we het aanpakken? Er is zo veel! Waar moet alles naartoe, en wil zij zelf nog spullen hebben?"
Ze reageert: Bel de kringloop maar, die halen alles op.
Dat wil ik helemaal niet. Veel spullen zijn heel persoonlijk, die laat ik echt niet zomaar ophalen door de kringloop. Bovendien is alles bezit van moeder, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Ik ga dus maar zelf aan de slag met sorteren, wegbrengen. inpakken, etc. Het is een enorme klus!
De dingen die ik niet kan bewaren maar die mogelijk wel iets waard zijn, zet ik op marktplaats, de opbrengst stop ik in moeders portemonnee. Ik vraag Zusje dat ook te doen, maar ze reageert niet.
De enorme berg persoonlijke spulletjes en papierwerk stop ik maar zolang in dozen en neem het mee naar huis om op een later tijdstip uit te zoeken, te verdelen, te verkopen of weg te gooien.
De datum van de overdracht komt nu wel heel erg dichtbij, maar Zusje helpt nog steeds niet met uitruimen.
Dan komt er een email van haar:
Ze heeft een beter bod gekregen: hetzelfde bedrag, maar dan zónder voorwaarden.
Ik begrijp het niet: de bieder aan wie we het nu hebben beloofd stelde toch ook geen enkele voorwaarde?!
Maar Zusje antwoordt: Deze nieuwe bieder wil ook wel ietsje hoger bieden. Hoe hoog dan precies vertelt ze er niet bij en ze wil ook niet zeggen wie het is. "Hij wil nog even anoniem blijven".
Dit is werkelijk te belachelijk voor woorden!
We hébben immers een bod geaccepteerd, het koopcontract ligt al klaar bij de notaris.
En bovendien: een koper die 'anoniem' wil blijven voor de verkopers??? Hoe bedénk je het?
Zouden we die serieus moeten nemen? Het is werkelijk absurd! En dat laten we Zusje ook weten.
Zusje mailt dat ze het koopcontract niet zal ondertekenen voordat er allerlei aanpassingen zijn gedaan. De koper moet allerlei aanvullende voorwaarden ondertekenen: Dít mag niet en dát mag niet, zús wordt afgedwongen en zó wordt verplicht.
Nou... aangezien de koper ook dát geen probleem vindt en zich er niet door laat afschrikken, kan de koop gewoon doorgaan.
Maar dan bedenkt Zusje weer hele nieuwe voorwaarden die in het contract moeten komen. Het wordt zo langzamerhand een klucht.
De koper en de notaris nodigen Zusje daarom uit voor een gesprek, om te proberen haar angsten weg te nemen. Maar het gesprek neemt weer een vreemde wending en Zusje wil eigenlijk helemaal niets meer. Ze wil het niet meer verkopen! En na uren praten heeft de koper er ook al bijna geen zin meer in, het wordt op deze manier wel erg moeilijk en onaangenaam.
Broer en ik willen dat Zusje stopt met haar bizarre gedrag. Maar ze luistert natuurlijk niet naar ons.
We laten een advocaat ernaar kijken en hij concludeert dat Zusje een fikse boete riskeert als ze de verkoop saboteert. Het bod was immers geaccepteerd! En dat schrijft hij haar.
De koper geeft het gelukkig ook nog niet op.
Door al het gedoe is de afgesproken datum verstreken. Het is nu al half december en als de overdracht niet voor het einde van het jaar plaatsvindt, dan zou de koper zich terugtrekken. Zusje komt via makelaar Wooshy nógmaals met een nieuwe clausule die ze per sé in het koopcontract wil hebben. Aangezien de nieuwe clausule in juridisch jargon is opgesteld, is het voor een leek zo goed als onleesbaar.
Ik leg het voor aan een (andere) makelaar én aan een jurist. Beiden zeggen ze: "Geef er maar aan toe, want er staat eigenlijk niets."
Ik vraag de kandidaat-notaris die het contract aanpast: "Wat staat er nou in deze clausule?" Hij leest het nog een paar keer, en haalt dan zijn schouders op: "Geen flauw idee. Het zijn allemaal Nederlandse woorden, maar er staat eigenlijk niets van betekenis."
Het is duidelijk, en het is nu definitief, er zal niets meer veranderd worden aan het koopcontract, er staat niets meer in de weg. De datum voor ondertekening wordt 31 december.
Maar er is nog een allerlaatste voorwaarde van Zusje:
...
tromgeroffel
...
Wij, haar broer en zus, mede-eigenaren van het huis waarin we zijn opgegroeid, de erfenis van onze vader, wij mogen niet bij de overdracht zijn. Zusje wil er als enige eigenaar bij zijn. Zij ondertekent het koopcontract bij de notaris, maar wij moeten van te voren een volmacht regelen. Dat betekent dat een medewerker van de notaris het document zal ondertekenen in onze namen.
Broer doet dat sowieso omdat hij niet op de laatste dag van het jaar even naar Nederland kan komen.
Voor mij is het bedoeld als een vernedering. Maar ik kies voor het belang van de uitkomst, niet voor mijn ego.
Op het afgesproken tijdstip kan ik alleen maar hopen dat Zusje daadwerkelijk zal komen opdagen bij de notaris. Ik zet een kaars neer. Niet omdat ik zo gelovig ben, maar omdat ik een sprankje licht nodig heb op die koude en donkere dag dat mijn ouderlijk huis na 58 jaar,
op zo een dieptrieste manier, verkocht wordt.
En terwijl ik de kaars aansteek zeg ik hardop: Ja pap, ik weet het, ik ben de oudste dus ik moet de wijste zijn.
Als de notaris belt met de verlossende woorden: "Het contract is getekend" proost ik samen met een goede vriend op de afloop. Een vriend die ondanks alles een voorschot neemt op de toekomst en waarschuwt: "Zet je maar alvast schrap voor wanneer je moeder overlijdt en haar bedrijf een erfenis wordt."